Europese Unie: veiligheid en defensie
    
Terug naar
Beleid van de EU
- veiligheid in Europa
- West-Europese Unie
- NAVO
- GBVB
- nieuwe rol WEU
- Eurocorps

Veiligheid in Europa

In de loop der jaren zijn er binnen Europa verschillende ontwikkelingen geweest in de samenwerking op het gebied van defensie. In de Europese Gemeenschap bestond nog geen defensiepolitiek. Er is wel geprobeerd om een Europese defensie te vormen. Het voorstel voor een Europese Defensie Gemeenschap (EDG) in 1952 werd door Frankrijk verworpen, omdat het geen supranationaal gezag wilde.

West-Europese Unie Naar boven

De Europese landen bleven wel overleg voeren binnen de West-Europese Unie. Het verdrag van de WEU heeft een bepaling waarin staat dat de landen elkaar militaire bijstand leveren, wanneer hun grondgebied wordt aangevallen.

De West-Europese Unie is een samenwerkingsorganisatie voor defensie en veiligheid die in 1948 werd opgericht. De WEU bestaat op dit moment uit de lidstaten van de Europese Unie, behalve Denemarken, Finland, Oostenrijk en Zweden.

NAVO
Naar boven

De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) is in 1949 opgericht en is gevestigd in Brussel. Het bestaat uit 16 lidstaten: alle landen van de EU (behalve Finland, Ierland, Oostenrijk en Zweden) en Canada, IJsland, Noorwegen, Turkije en de Verenigde Staten.

De NAVO was de belangrijkste organisatie voor Westerse militaire samenwerking. De Verenigde Staten, met een legermacht in Europa en hun uitgebreide nucleaire wapenbestand kon zorgen voor de veiligheid van Europa.

Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid
Naar boven

In het Verdrag van Maastricht is opgenomen dat men op Europees niveau mogelijkheden gaat ontwikkelen voor een Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB). Er zijn twee redenen waarom de Europese Unie dit wil:

  1. Vanaf het begin van de jaren '90 wordt Europa geconfronteerd met onrusthaarden, zoals BosniŽ-Herzegovina en TsjetseniŽ.
  2. De Verenigde Staten is minder betrokken bij Europa dan vroeger. De laatste jaren is dan ook gebleken dat het bondgenootschap van de NAVO enigszins beperkt was. De NAVO was vooral opgericht om bedreiging van buitenaf tegen te gaan.
Om beter te kunnen werken aan de Europese veiligheid vindt men dat er een Europese veiligheids- en defensie-identiteit moet komen. Hier wordt mee bedoeld dat er op den duur ťťn Europees leger moet zijn.

Nieuwe rol voor de WEU
        
Naar boven
De West-Europese Unie moet het uitvoerende deel van het beleid voor zijn rekening nemen.

Uiteindelijk moeten alle EU-lidstaten zich ook aansluiten bij de WEU. Op dit moment zijn Denemarken, Ierland, Oostenrijk, Zweden en Finland nog niet toegetreden tot de WEU. De laatste vier gaven in 1996 wel aan dat zij bereid zijn te steunen met betrekking tot de Petersbergtaken van WEU. Deze taken zijn vredeshandhaving, humanitaire hulp door het leger en crisismanagement.

Eurocorps
    
Naar boven
In mei 1992 richtten Duitsland en Frankrijk een Frans-Duits leger op. Later traden ook BelgiŽ, Luxemburg en Spanje toe tot dit leger, dat vanaf toen de naam Eurocorps kreeg. Nederland en Duitsland werken daarnaast samen in de Nederlands-Duitse brigade.

Frankrijk vindt dat het Eurocorps de kern moet zijn van een toekomstig Europees leger. Een WEU-leger moet gaan bestaan uit zo'n 50.000 man en ook het NAVO-leger zou hierin moeten opgaan. Er zijn echter nogal wat meningsverschillen tussen de lidstaten over de taken die het leger moet gaan krijgen.