Korte geschiedenis van 1980 tot 1998
               
Terug naar
Geschiedenisoverzicht
- internationale spanningen
- Jacques Delors
- Europese Akte
- Europese Monetaire Unie
- val van de muur
- Verdrag van Maastricht
- Verdrag van Amsterdam
- Agenda 2000


Een grote stap richting de eenwording van Europa werd gezet met het Verdrag van Maastricht. In dit Verdrag werd vastgelegd dat de lidstaten van de Europese Gemeenschap voortaan een Europese Unie zouden vormen. Ook werd besloten de Economische en Monetaire Unie op te richten: een gemeenschappelijke munt, de euro, voor alle lidstaten. Begin jaren '80 kwamen er al ideeŽn om van Europa een Europese Unie te maken.
  

Internationale spanningen Naar boven

Het Verdrag van Maastricht is het resultaat van jarenlange ontwikkelingen en onderhandelingen in Europa. Begin jaren ’80 werd de Europese integratie belemmerd door internationale spanningen, vooral tussen oost en west (communisme vs. kapitalisme). Juist door deze spanningen speelde het idee van een betere Europese samenwerking weer op.

De Duitse minister Genscher kwam met het voorstel een Europese Unie te vormen, maar na enige onderhandelingen bleef het slechts hierbij.

Het Europees Parlement pakte de draad op door het Italiaanse parlementslid Spinelli lijnen uit te laten zetten voor de Unie en ook vanuit het Europese bedrijfsleven kwamen ideeŽn voor de Europese samenwerking.
     

Jacques Delors Naar boven

De belangrijkste stap werd gezet door de Franse premier Mitterand. Na een mislukt economisch experiment in Frankrijk was de Franse franc zwaar onder druk komen te staan ten opzichte van de andere landen. Na deze ervaring ging Mitterand zich meer richten op Europese samenwerking. Hij gaf zijn minister van financiŽn en economie Jacques Delors de opdracht een bezuinigingenbeleid te voeren in Frankrijk.
     

Europese Akte Naar boven

In 1984 werd Delors verkozen tot voorzitter van de Europese Commissie.

Delors heeft grote invloed gehad op de Europese integratie. Zo komt in 1985 de Europese Commissie onder leiding van Delors met het voorstel van Europa 1992. Het doel was een interne markt, te creŽren in een Europa zonder binnengrenzen Dit hield in dat er voor handel tussen EU-landen geen grenscontrole e.d. is.  met vrij verkeer van personen, kapitaal, goederen en diensten.

In 1986 werden de Verdragen van Parijs en Rome gewijzigd. In de Europese Akte, het nieuwe verdrag, werd afgesproken dat eind 1992 de interne markt in werking zou gaan. Verder kreeg het parlement meer bevoegdheden, onder andere in de wetgeving.
   

Europese Monetaire Unie (EMU) Naar boven

Delors kwam in 1987 met het voorstel voor een Economische en Monetaire Unie (EMU). Volgens Delors was dit noodzakelijk om tot een goed werkende interne markt te komen: het monetaire en economische beleid van de lidstaten moest meer geÔntegreerd, meer een eenheid worden.
       

Val van de muur Naar boven

Een belangrijke ontwikkeling is de val van de Berlijnse Muur geweest in 1989. Doordat Oost- en West-Duitsland verenigd werden, groeide meteen de ambitie om heel Europa te verenigen. Delors wilde dat het voormalige Oost-Duitsland (DDR) ook toe zou treden tot de Europese Gemeenschap. Het voomalige DDR kreeg, vanwege milieumaatregelen, vijf jaar de tijd om zich aan te passen aan de EG.
   

Verdrag van Maastricht (1991)
  
Naar boven
De Europese Raad plande twee intergouvernementele conferenties (IGC), die van start zouden gaan op 1 januari 1991. Een zou gaan over een Europese Monetaire Unie (EMU), de ander zou gaan over een Europese Politieke Unie (EPU).    

1 juli 1990 ging de eerste fase op weg naar de EMU in. De lidstaten moesten vanaf dat moment hun economisch beleid en economische maatregelen meer naar elkaar afstemmen, en ze moesten het gebruik van ťťn gemeenschappelijk munt bevorderen.

De conferenties werden afgesloten bij de Europese top in Maastricht van 9 en 10 december 1991.
                

Op dat moment werd besloten de Europese Unie en de Economische en Monetaire Unie op te richten. Op 1 november 1993 is het Verdrag van Maastricht in werking getreden.

Vlag van de Europese Unie.

De Europese Unie is in schema weer te geven als een tempel met drie zuilen of pijlers, het 'tempelmotief'.

1 - Economie

2 - Veiligheidspolitiek

3 - Justitie

  
Communautaire beleidsterreinen

   EEG-Verdrag (Rome, 1957)
   Euratom-Verdrag (Rome 1957)
   EGKS-Verdrag (Parijs 1951)
        

  
Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid

  
Samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken

          De drie pijlers van de Europese Unie

     
Wat betekenen die pijlers?

  • De eerste pijler is de communautaire pijler. Dit houdt in dat het hier om vergaande samenwerking tussen de lidstaten gaat, met een bestuur dat boven de landen staat. Hierin zijn de Europees Economische Gemeenschap (in 1993: Europese Gemeenschap), Euratom en Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgenomen.
            
  • In de tweede pijler staat de veiligheidspolitiek, die nog opgezet moet worden. Dit is een intergouvernementele pijler, er is dus geen sprake van ťťn centraal bestuur bij de samenwerkingsverbanden. Deze en de derde pijler gaan in op terreinen die gevoeliger liggen bij de lidstaten om hun vrijheid, hun soevereiniteit, op te geven. Voor deze terreinen hebben ze gekozen voor minder vergaande samenwerking (integratie).
       
  • In de derde pijler staan afspraken over justitie en Binnenlandse Zaken. Ook deze pijler is intergouvernementeel.
Eigenlijk is het Verdrag van Maastricht een compromis tussen EU-landen die liever een supranationaal, centraal Europa zien en EU-landen die liever de macht bij de landen zelf willen houden.
     
Meer lezen over de ontwikkelingen op het gebied van het GBVB:

- Nieuws Februari
- De EU – Beleid van de EU – defensiebeleid

Over justitie kun je ook meer lezen, en wel bij:

- De EU – Beleid van de EU - Rechten van de EU-burger (deze site)
-
www.europa.eu.int/curia (site Europese Unie)
 
   

Verdrag van Amsterdam (1997) Naar boven

Het verdrag van Amsterdam (1997) is een uitbreiding van het Verdrag van Maastricht. Dit Verdrag treed 1 mei 1999 officieel in werking.

De wijzigingen waren onder meer dat:

  • het Europese Parlement op een stuk meer terreinen dan voorheen mede de wet kan bepalen. 
  • het verbeteren van de werkgelegenheid als taak van de EU wordt gesteld en de EU op dit gebied een nieuwe rol krijgt. De EU-landen nemen weliswaar zelf beslissingen over het werkgelegenheidsbeleid.

Enkele doelen die in het Verdrag worden gesteld, zijn:

  • versterking van de bescherming van de rechten en de belangen van de onderdanen van de lidstaten van de Unie door de instelling van een burgerschap van de Unie;
  • handhaving en ontwikkeling van de Unie als een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is. Wel alles in combinatie met maatregelen met betrekking tot controles aan de buitengrenzen, asiel, immigratie, en voorkoming en bestrijding van criminaliteit;
  • bevestiging van de internationale identiteit van de Europese Unie, vooral door het voeren van een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, met daarbij een geleidelijke bepaling van een gemeenschappelijk defensiebeleid, dat kan leiden tot een gemeenschappelijke defensie. Dit zal dan wel door de Raad van regeringsleiders en staatshoofden moeten worden goedgekeurd.
                      
Agenda 2000 Naar boven

Jacques Santer, de voorzitter van de Europese Commissie stelde al in 1995 voor om de EU te versterken en uit te breiden. In 1997 bij het Verdrag van Amsterdam werd dit programma vastgesteld en kreeg het de naam: Agenda 2000.

Het logo voor Agenda 2000.

In het kort houdt dit plan in dat de Europese Unie op bepaalde punten moet worden versterkt, namelijk: versterking van de groei, het concurrentievermogen en de werkgelegenheid. Dit moet dus gehaald worden voor de verschillende terreinen, zoals bijvoorbeeld de sector landbouw. Verder houdt het plan in dat de EU uitgebreid moet worden naar het oosten. Er wordt dus geprobeerd om door groei een betere levensomstandigheid voor de burgers te garanderen.

Verschillende landen willen toetreden tot de Europese Unie. Het nadeel kan zijn als deze landen bij de EU komen, dat er heel veel geld naar deze landen toe moet. In Agenda 2000 staat dan ook dat het de 15 lidstaten van de EU veel geld gaat kosten als deze landen toe zullen treden. De economische situatie in een land hangt hier erg van af. De uitbreiding geldt op dit moment voor de volgende vijf landen:

  • Estland
  • TsjechiŽ
  • Letland
  • Polen
  • Hongarije.

In 1993 (Kopenhagen) zijn bepaalde voorwaarden door de Europese Raad opgesteld voor de landen (Midden- en Oost-Europa) die willen toetreden. In het kort komen deze afspraken neer dat de landen een goede rechtstaat hebben, de mensenrechten garanderen en de verantwoordelijkheden van het lidmaatschap op zich zullen nemen.

Naar boven