Korte geschiedenis van 1944 tot 1957
   
Terug naar
Geschiedenisoverzicht
   
-
de Marschallhulp
- aankondiging Marschallplan
- start Marschallhulp
- de EGKS
- periode van 1948 tot 1950
- periode van 1950 tot 1957
- landbouw
- EEG basis van economische groei
 

  
De Marshallhulp

Na de Tweede Wereldoorlog was de economische situatie in veel landen in de wereld erg slecht. Duitsland had ook in ons land veel plaatsen verwoest. Vanuit Amerika kwam het plan om hulp te bieden aan landen die er economisch slecht voor stonden. Elk land wilde eigenlijk zijn problemen zelf oplossen. Er was nog geen idee bedacht om internationaal met elkaar te gaan samenwerken.

Politiek doel van de Marshallhulp

President Truman (VS) kondigde op 12 maart 1947 de zogenaamde ‘Trumandoctrine’ af. Hierin bleek de ongerustheid van de VS over het toenemende communisme. Europa moest daarom beter bestand kunnen zijn voor dit ‘dreigende’ communisme.
    

Aankondiging Marshallplan - 5 juni 1947 Naar boven

Op deze datum maakt de minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, G. Marshall, zijn plan bekend. Hieruit bleek dat hij niet alleen landen met geld te hulp wilde schieten, maar ook politiek herstel naarstreefde. Om een sterker Europa te maken, moesten de regeringen meer gaan samenwerken op verschillende terreinen.

Economisch doel van de Marshallhulp

Het economische doel van het plan was om meer wereldhandel te krijgen en een beter geldverkeer tussen alle landen. Dit had dus voordelen voor Europa en zeker ook voor de Verenigde Staten zelf.
     
  
Start Marshallhulp - april 1948
   
       
Naar boven

Na veel wensen en eisen van de verschillende landen kon in april 1948 eindelijk de hulp starten. Een belangrijke eis van de VS was dat Europa een eigen organisatie zou oprichten. Zo ontstond op 16 april 1948 de OEES. Dit staat voor: Organisatie voor Europese Economische Samenwerking.

Na het begin van de Marshallhulp werd er verder gedacht over een militaire samenwerking. Die komt er in april 1949 als de NAVO wordt opgericht. NAVO staat voor: Noord-Atlantische Verdrags Organisatie (zie ook geschiedenis van 1958 tot 1980).

Over de gevolgen van het Marshallplan werd verschillend gedacht. De ťťn vond dat er weinig veranderd was in de politieke situatie van Europa en de ander vond dat er veel veranderd was. Hoe dan ook: Frankrijk en West-Duitsland zaten voor het eerst samen in een verbond.
    

Periode van 1948 tot 1950 Naar boven

Na de Tweede Wereldoorlog was vooral Churchill (EN) een voorstander van een Verenigd Europa met Frankrijk en Duitsland als beide partners. De rol voor Groot-BrittanniŽ stelde hij klein voor. Uit de vele clubs die ontstonden voor een samenwerking in Europa, kwam het idee voort om een Europees Congres te organiseren. Dit congres werd van 7 tot 10 mei 1948 in Den Haag gehouden. Uit dit congres ontstond de Raad van Europa Deze Raad moest veel invloed krijgen, maar werd weer niet supranationaal geplaatst.. Omdat deze Raad zich absoluut niet boven de verschillende landen stond, kwam het idee nauwelijks van de grond. Lichtpunt was wel dat Straatsburg als een Europese hoofdstad werd aangewezen. Frankrijk en Duitsland streden al eeuwen om het recht van deze plaats, nu zou de stad de twee juist verbinden.

Vanuit Frankrijk kwamen steeds meer stemmen voor een Frans-Duitse verzoening om zo een beter Verenigd Europa te krijgen. De Verenigde Staten en Frankrijk stapten eind jaren veertig af van de pogingen om Groot-BrittanniŽ nauw bij een Verenigd Europa te betrekken. De Engelsen hadden al een aantal keer ideeŽn van tafel geveegd.
      
      
De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS)
Naar boven
          
De Fransman
Jean Monnet Jean Monnet wordt door zijn enorme inzet wel de 'vader van Europa' genoemd. moest een plan uitwerken om van Europa meer ťťn geheel te maken. Monnet richtte zich vooral op de relatie Frankrijk - Duitsland. Besloten werd om een samenwerking te beginnen op het gebied van kolen en staal. Frankrijk kon zo toegang krijgen tot het Roergebied (het grote Duitse industriegebied) om Duitsland in de gaten te houden. Veel Fransen waren bang voor nieuw Duits nationalisme, wat nog maar net achter hun lag. Duitsland kon met de samenwerking de overproductie van staal kwijt aan andere Europese landen. In mei 1950 presenteert de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Schuman (hiernaast), het plan van Monnet aan de pers. Het gaat om de oprichting van een orgaan die veel te zeggen heeft over bepaalde onderwerpen. De EGKS werd de voorloper van een federaal gezag Een verbond van verschillende staten.. Het orgaan werd de Hoge Autoriteit genoemd.

Naast Duitsland en Frankrijk konden andere landen zich aansluiten bij deze samenwerking om vrede in Europa te houden. Er werd later onderhandeld tussen: Frankrijk, West-Duitsland, ItaliŽ en de Benelux-landen. Het ging niet alleen om economische samenwerking (kolen en staal), maar ook om politieke samenwerking (angst voor nieuwe oorlog).  

Robert Schuman (FR).

Minister Robert Schuman

Na de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) werd besloten om de Hoge Autoriteit te vestigen in Luxemburg. Er konden nu op supranationaal niveau Dit houdt in dat dit gezag (regering) een beslissing kan nemen die boven de nationale staat staat. beslissingen genomen worden. Onderwerpen waren onder andere: douanerechten, prijsbeleid in de zware industrie (voorbeeld staal) etc. Andere economische onderwerpen werden nog per land geregeld.

Later werd de Fransman Monnet de Vader van Europa genoemd.
     

Periode van 1950 tot 1957 Naar boven

Het begin van de jaren ’50 stond in het teken van de atoombom van Amerika en later van de Sovjet-Unie en het communistische China. Leider van China was toen Mao. In 1950 brak ook de oorlog tussen Noord en Zuid-Korea uit. Omdat de Verenigde Staten betrokken was in de oorlog in AziŽ, moest Europa zelf iets ondernemen om zich eventueel te verzetten tegen de Sovjet-Unie. Churchill (EN) deed een oproep in de Raad van Europa om een Europees leger te vormen.

Monnet (FR) kwam met een nieuw initiatief voor de vorming van een Europees leger in West-Europa. Hij kende de Franse president Pleven en die geloofde in dit nieuwe idee.

Op 24 oktober 1950 presenteerde hij het plan van ťťn Europees leger met daarin ook West-Duitsland. Later werd dit het Plevenplan genoemd. Het doel van Frankrijk was dat West-Duitsland geen eigen leger meer zou krijgen. Kritiek op het plan was er ook. Militairen vonden dat een Europees leger pas als laatste van een Europese samenwerking moest ontstaan.

In 1951 werd het Plevenplan besproken op een conferentie in Parijs. De reacties waren niet erg positief. Monnet moest anderen weer overtuigen van het plan. Hij vertelde de Amerikaanse president Truman dat Frankrijk hiermee controle kreeg over de veiligheid in Europa. Verder had het voor Duitsland als voordeel dat zij dezelfde rechten in Europa zouden krijgen.

27 juni 1952 wordt de Europese Defensie Gemeenschap (EDG) opgericht. Zes landen deden hieraan mee. Frankrijk, West-Duitsland, BelgiŽ, Luxemburg, Nederland en ItaliŽ. Op papier leek het een stap in de goede richting, maar in de praktijk bleek dit niet het geval te zijn. De EDG kreeg geen supranationaal gezag Dit houdt in dat dit gezag (regering) een beslissing kan nemen die boven de nationale staat staat., zoals dat bedoeld was. Vooral de Benelux wilde meer een intergouvernementeel gezag Overleg tussen alle nationale regeringen. Er staat geen gezag boven de landen.. Het achterliggende doel van Nederland hiervoor was dat Engeland nog toe kon treden.

Na de oprichting van de Europese Defensie Gemeenschap was vooral ItaliŽ, onder leiding van De Gasperi, voor een politieke samenwerking in de vorm van een Europese Politieke Gemeenschap (EPG). In 1952 kwam daar een ontwerp-voorstel voor. De EPG moest boven de EDG komen te staan en controle kunnen uitoefenen.

Vanaf 1952 komt Nederland met een idee om meer economische samenwerking tot stand te brengen binnen Europa. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Jan Willem Beyen wilde een gemeenschappelijke markt. Hier waren wel voorstanders voor. Op enkele punten werd het vorige Verdrag aangepast, maar weer kwam er weinig uit voort.

Door allerlei ontwikkelingen lukte het niet met de EDG. Dit kwam vooral door het overlijden van Stalin (Sovjet-Unie) waardoor het gevaar vanuit dit grote land wat geweken leek te zijn. Ook de oorlog in Korea kwam tot een eind. Allemaal redenen waardoor een sterk Europees leger niet meer zo nodig leek. In 1954 werd de Europese Defensie Gemeenschap afgekeurd in de Franse politiek.

Totaal onverwacht slaagde Groot-BrittanniŽ erin om nog wat te redden. De West-Europese Unie (WEU) werd opgericht. De WEU moest het defensiebeleid redden. Maar het werd weer een organisatie met weinig gezag. Deze organisatie bestaat overigens nog steeds.
        

Nieuwe ideeŽn voor economische samenwerking

Vanaf 1954 is er weinig over van de samenwerking in West-Europa. Toch zijn het weer de mensen die we al eerder tegenkwamen, Monnet (FR) en Beyen (NL) die met nieuwe ideeŽn komen. Monnet zag erg veel voor meer samenwerking op energiegebied. Hij zag kernenergie als de toekomst. Beyen zag meer in zijn eigen plan voor meer samenwerking op andere economische gebieden. Dus niet alleen op het gebied van kolen en staal (EGKS). De samenwerking moest supranationaal zijn. Samen met de Belgische en de Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken Spaal en Bech besprak hij dit plan. Spaak (BE) nam het plan van Monnet en Beyen samen in een nieuw plan. Dit werd het Beneluxmemorandum (1955) Een stuk over een nieuwe opzet van Europa door de Benelux-landen. genoemd.

Op de conferentie in Messina werd dit voorstel door de Zes (dit zijn de zes landen) besproken. De Belgische minister Spaak werkte nieuwe ideeŽn uit in een rapport. Daaruit bleek dat integratie Dit betekent dat landen als het ware in elkaar opgaan en ťťn geheel gaan vormen. tussen de verschillende landen alleen goed werkte bij kernenergie. Hieruit zou het latere Euratom ontstaan. Samenwerking in een gemeenschap voor kernenergie. Dit rapport werd in 1956 door de zes landen goedgekeurd. Spaak moest twee richtingen nader bekijken: samenwerking op het gebied van de kernenergie en integratie in de vorm van een gemeenschappelijke markt.

Frankrijk en Duitsland kwamen in deze tijd steeds meer op ťťn lijn te liggen. Dit kwam onder andere doordat Duitsland eindelijk het Saargebied van Frankrijk terugkreeg.

Op 25 maart 1957 werd het Verdrag van Rome getekend. Op 1 januari 1958 kon toen Euratom en de Europese Economische Gemeenschap (EEG) van start gaan. Dit Verdrag was opgesteld door een comitť onder leiding van de Belgische minister Spaak. Het was vooral een Verdrag met doelen die later uitgewerkt werden.

In het Verdrag werd vastgelegd dat er een douane-unie Groep landen die een eenheid zijn m.b.t. in- en uitvoerrechten. zou komen naar het idee van de Nederlandse minister Beyen. De douane-unie kwam er in 1968.

De EEG kreeg een aparte Commissie die voorstellen kon doen en beleid kon controleren. De Ministerraad kreeg de mogelijkheid om te beslissen over de voorstellen van de Commissie. De Ministerraad was dus weer erg nationaal gericht en niet supranationaal. De Commissie krijgt later meer invloed. Het Europees Parlement had in het begin weinig bevoegdheden. Pas vanaf begin jaren '80 en '90 zijn de bevoegdheden van het parlement sterk toegenomen. Het Europese Hof van Justitie kreeg wel meer mogelijkheden voor de EEG, Euratom en de EGKS.
     

Landbouw Naar boven

Economische samenwerking kwam er vooral op het gebied van de landbouw. Na het ontstaan van een douane-unie zou er begonnen worden met de landbouwsamenwerking. Landbouw was in die tijd een belangrijke sector. In heel West-Europa werkte 20 % van de mensen in de landbouwsector. Het was vooral voor Frankrijk erg belangrijk om binnen de buitenlandse markten te komen. Zij waren sterk in de landbouw. Er kwamen later dan ook vaste prijzen in alle landen van de EEG. Door een hoge prijs die vast kwam te staan, waren de boeren zeker van een inkomen. De samenwerking op dit terrein was een succes. De landbouwsector kwam dichter bij de industrie te liggen dan vroeger. Er kon veel meer geproduceerd worden, maar het nadeel was dat kleine boeren verdwenen door schaalvergroting Schaalvergroting betekent dat de productie per boer enorm toenam en alleen de grote boeren overbleven..

Voor meer recente informatie over de landbouw in Europa, kijk bij: De EU - Beleid van de EU - Landbouw.
    

EEG basis van economische groei Naar boven

De Europese Economische Gemeenschap was de basis van een groeiende economie in Europa. Door de oprichting van deze gemeenschap kwamen de landen dichter bij elkaar. West-Duitsland kreeg een plaats in West-Europa.